ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9316
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing ongewenstverklaring ondanks beroep op vertrouwensbeginsel en familie- en gezinsleven
Eiser, van Colombiaanse nationaliteit, is in 1998 veroordeeld voor geweldsdelicten en vervolgens in 1999 ongewenst verklaard en uitgezet naar Colombia. Hij verzocht in 2004 om opheffing van de ongewenstverklaring en om een verblijfsdocument, maar deze verzoeken werden afgewezen omdat hij nog niet de vereiste termijn van tien jaren onafgebroken buiten Nederland had doorgebracht.
De rechtbank overweegt dat verweerder aanvankelijk uitging van een termijn van vijf jaren voor opheffing, conform het toenmalige beleid voor niet-ernstige geweldsmisdrijven, maar dat de termijn opnieuw is gaan lopen toen eiser medio 2004 zonder toestemming terugkeerde naar Nederland. Hierdoor kan eiser pas in 2010 opnieuw een aanvraag indienen.
Verder is vastgesteld dat er geen gewijzigde feiten of bijzondere omstandigheden zijn die een opheffing van de ongewenstverklaring rechtvaardigen, ook niet met betrekking tot het recht op familie- en gezinsleven. De echtgenote van eiser woont inmiddels in Nederland, maar dit was ook het geval ten tijde van de ongewenstverklaring en vormt geen nieuwe omstandigheid.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het recht op familie- en gezinsleven wordt verworpen, evenals het beroep op Richtlijn 68/360/EEG. De beroepen worden ongegrond verklaard en eiser heeft geen rechtmatig verblijf in Nederland, waardoor hem geen verblijfsdocument kan worden verstrekt.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en handhaaft de afwijzing van de opheffing van de ongewenstverklaring en het weigeren van een verblijfsdocument.