ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9517
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering inzage documenten in geschil over meerkosten tramtunnelproject
De zaak betreft een geschil tussen Sijtwende B.V. en het Stadsgewest Haaglanden over de vergoeding van meerkosten in verband met het Project Tramtunnel bij de aanleg van Rijksweg 14. Sijtwende vordert betaling van meerkosten die Haaglanden zou moeten vergoeden, terwijl Haaglanden deze vordering betwist en een tegenvordering instelt.
In het incident vordert Haaglanden inzage en afschrift van diverse financiële documenten van Sijtwende, waaronder begrotingen, meer- en minderwerklijsten en financiële afrekeningen, om de omvang van de netto-meerkosten te kunnen vaststellen. Haaglanden baseert deze vordering op artikel 22 Rv Pro., 162 Rv., 843a Rv. en artikel 3:15j BW, alsmede op gemaakte afspraken en de redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank overweegt dat Haaglanden geen vorderingsrecht heeft op grond van artikel 22 Rv Pro. en dat ook artikel 162 Rv Pro. niet tot toewijzing leidt, mede omdat nog niet duidelijk is welke kwesties in geschil zijn en wie de bewijslast draagt. Artikel 843a Rv. vereist dat de gevorderde stukken betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarin Haaglanden partij is, wat hier niet het geval is. Daarnaast is de vordering onvoldoende bepaald en bestaat twijfel over het bestaan van sommige stukken.
Ook het beroep op artikel 3:15j BW faalt omdat Haaglanden geen rechtstreeks belang heeft aangetoond. De rechtbank ziet geen aanwijzingen dat Sijtwende op grond van afspraken of redelijkheid en billijkheid gehouden is tot verstrekking van de gevraagde documenten. De incidentele vordering wordt daarom afgewezen en Haaglanden wordt veroordeeld in de proceskosten. De hoofdzaak wordt verwezen naar een rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vordering van Haaglanden tot inzage en afschrift van documenten af en veroordeelt Haaglanden in de proceskosten.