ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9871
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.I.H. Fockens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vrijheidsontnemende maatregel na toegangsweigering op luchthaven Schiphol
Op 9 oktober 2007 werd eiser op de luchthaven Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd en werd tegelijkertijd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. Tijdens de zitting op 1 november 2007 werd betoogd dat de rechtmatigheid van de vrijheidsontnemende maatregel niet zonder toetsing van de toegangsweigering kon worden beoordeeld, wat volgens eiser een schending van artikel 5 en Pro 13 EVRM zou opleveren.
De rechtbank overwoog dat de wet een scheiding van procedures voorschrijft: het administratief beroep tegen de toegangsweigering en het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel. Deze scheiding is niet in strijd met het EVRM, mede omdat een voorlopige voorziening met spoed een oordeel over de toegangsweigering mogelijk maakt. Omdat nog geen oordeel over de toegangsweigering was gegeven en geen andere gronden tegen de vrijheidsontnemende maatregel waren aangevoerd, werd het beroep ongegrond verklaard.
Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De rechtbank zag geen aanleiding om toepassing te geven aan aanvullende bepalingen van de Vreemdelingenwet 2000 of de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door voorzitter mr. C.I.H. Fockens en griffier mr. A.G. Sijbrands op 7 november 2007.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.