ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9974
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens ontbreken geldige machtiging tot voorlopig verblijf
Eiser, een Turkse onderdaan, diende een aanvraag in tot wijziging en verlenging van zijn verblijfsvergunning nadat zijn eerdere vergunning was verlopen. De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat deze werd aangemerkt als een aanvraag om eerste toelating, waarvoor een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) vereist is.
De rechtbank oordeelt dat eiser de aanvraag niet tijdig heeft ingediend en dat de aanvraag een nieuw verblijfsdoel betreft, namelijk verblijf bij zijn Nederlandse echtgenote. Hierdoor is het mvv-vereiste van toepassing. De rechtbank stelt dat het stellen van het mvv-vereiste niet in strijd is met de standstillbepaling van het Besluit 1/80 en het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst tussen de EG en Turkije.
Eiser voerde aan dat de hardheidsclausule en artikel 8 EVRM Pro in zijn voordeel spreken, maar de rechtbank acht deze argumenten onvoldoende. Ook het beroep op de richtlijn inzake gezinshereniging wordt verworpen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.