ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0095
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning aan alleenstaande minderjarige vreemdelingen uit Congo wegens gebrek aan adequate opvang
Eisers, alleenstaande minderjarige vreemdelingen uit de Democratische Republiek Congo, vroegen een verblijfsvergunning aan die aanvankelijk werd geweigerd. De Staatssecretaris van Justitie verleende uiteindelijk een vergunning tot 26 juni 2005, gekoppeld aan de beschikbaarheid van opvang in het centrum Don Bosco in de DRC. Eisers betwistten de adequaatheid en continuïteit van deze opvang en voerden aan dat de veiligheidssituatie in de DRC verslechterd is.
De rechtbank onderzocht de situatie, waaronder het ambtsbericht van april 2005 en aanvullende informatie over Don Bosco. Hoewel er twijfels waren over de opvang, bevestigde de Staatssecretaris dat de opvang voor terugkerende minderjarigen uit Nederland tot hun achttiende jaar gegarandeerd is, mits vrijwillige terugkeer. Eisers weigeren echter vrijwillig terug te keren, waardoor zij in een patstelling verkeren.
De rechtbank concludeert dat het beleid waarbij verblijfsvergunningen worden gekoppeld aan vrijwillige terugkeer en opvang in Don Bosco niet redelijk is, aangezien feitelijk geen adequate opvang beschikbaar is voor eisers. Daarom vernietigt de rechtbank de besluiten en beveelt nieuwe besluitvorming waarbij een verblijfsvergunning voor vijf jaar of tot hun achttiende levensjaar moet worden verleend.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan eisers. Partijen kunnen binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit en beveelt nieuwe besluitvorming waarbij eisers een verblijfsvergunning voor vijf jaar of tot hun achttiende levensjaar moeten krijgen.