ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0436
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Poustochkine
- Van As
- Meessen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs van ambtsmisbruik en steekpenningen
De zaak betreft een verdachte die als directeur Sociale Zaken en Arbeidsmarktbeleid van een gemeente en tevens adviseur van een BV werd verdacht van het aannemen van steekpenningen en het bevoordelen van deze BV met opdrachten. De verdenkingen ontstonden naar aanleiding van een aangifte door de gemeentesecretaris in 2005, waarbij werd gesuggereerd dat verdachte opdrachten aan de BV had verstrekt in ruil voor geld.
Het politieonderzoek was beperkt en richtte zich vooral op het horen van verdachte en zijn medeverdachte, zonder diepgaand onderzoek naar de feitelijke toekenning van opdrachten of het horen van een belangrijke derde partij die mogelijk meer inzicht kon geven. Verdachte verklaarde dat zijn adviseurschap bij de BV los stond van zijn functie bij de gemeente en dat hij geen steekpenningen had aangenomen, maar vergoedingen voor zijn advieswerk.
De rechtbank oordeelde dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte ambtsmisbruik had gepleegd of steekpenningen had aangenomen. Ook was niet vastgesteld dat verdachte daadwerkelijk opdrachten aan de BV had verstrekt namens de gemeente. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs voor ambtsmisbruik en het aannemen van steekpenningen.