ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0445

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
18 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/530041-07
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Poustochkine
  • Van As
  • Meessen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs van ambtsmisbruik en steekpenningen bij gemeentelijke opdrachten

De zaak betreft een verdenking dat verdachte, als directeur en eigenaar van een bedrijf, steekpenningen zou hebben betaald aan een medeverdachte die als directeur Sociale Zaken en Arbeidsmarktbeleid van een gemeente fungeerde. Deze medeverdachte zou het bedrijf bevoordeeld hebben met opdrachten voor trainingen en omscholingsprojecten.

De verdenking ontstond na een aangifte door de gemeentesecretaris, waarna politieonderzoek plaatsvond met verhoren van verdachte en medeverdachte. Het openbaar ministerie dagvaardde hen meer dan een jaar later. Tijdens de terechtzitting op 4 december 2007 werd verdachte gehoord en bijgestaan door raadsman.

De rechtbank oordeelde dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat de medeverdachte in strijd met zijn ambtsplicht handelde of dat verdachte steekpenningen betaalde. Hierdoor werd verdachte vrijgesproken van alle hem ten laste gelegde feiten. De gevorderde straf door het OM werd niet toegewezen wegens gebrek aan bewijs.

Het vonnis werd uitgesproken op 18 december 2007 door de meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage, waarbij de rechters unaniem tot vrijspraak kwamen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs voor de ten laste gelegde feiten.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
SECTOR STRAFRECHT
MEERVOUDIGE KAMER
(VONNIS)
parketnummer 09/530041-07
's-Gravenhage, 18 december 2007
De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948,
adres: [adres].
De terechtzitting.
Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 4 december 2007.
De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr R.H. Dormeier, advocaat te Leiden, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.
De officier van justitie mr Berton heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding primair telastgelegde wordt vrijgesproken en dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding subsidiair telastgelegde wordt veroordeeld tot 150 uur werkstraf subsidiair 75 dagen hechtenis en tot gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
De telastlegging.
Aan de verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.
Vrijspraak.
De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte bij dagvaarding primair en subsidiair is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.
De onderwerpelijke zaak tegen verdachte en de zaak tegen zijn medeverdachte vloeien voort uit de aangifte door de gemeentesecretaris van [Y] op 6 april 2005. Bij deze aangifte waren een aantal stukken gevoegd, op grond waarvan hij meende dat het vermoeden gerechtvaardigd was dat de medeverdachte, uit hoofde van zijn functie als directeur Sociale Zaken en Arbeidsmarktbeleid van de gemeente [Y] en tevens adviseur van het bedrijf [X] Employment BV (verder te noemen [de BV]), dat bedrijf heeft bevoordeeld met het vergeven van opdrachten ter uitvoering van diverse trainingen en omscholingsprojecten ten behoeve van het personeel van de gemeente [Y].
Naar aanleiding van deze aangifte heeft de politie in juni 2006 de medeverdachte gehoord en is ook verdachte als directeur en eigenaar van [de BV] gehoord. Andere onderzoekshandelingen zijn niet verricht. De verklaringen van verdachte en zijn medeverdachte zijn samen met de aangifte en de genoemde bijlagen in augustus 2006 doorgestuurd naar het openbaar ministerie.
Meer dan een jaar later heeft het OM verdachte en zijn mededader gedagvaard.
Op grond van de stukken in het dossier is het niet onbegrijpelijk dat vermoedens zijn ontstaan, dat de medeverdachte steekpenningen zou hebben aangenomen en dat verdachte die steekpenningen zou hebben betaald.
In de zaak tegen de medeverdachte is de rechtbank bij vonnis van heden tot de conclusie gekomen, dat er geen bewijs is voor handelen van de medeverdachte in strijd met diens ambtsplicht en dat er ook géén wettig en overtuigend bewijs voorhanden is dat de medeverdachte gelden heeft ontvangen van [de BV] en vervolgens namens de gemeente [Y] één of meerdere opdrachten aan [de BV] heeft verstrekt, zoals de medeverdachte subsidiair was telastgelegd.
Dat oordeel dient er toe te leiden, dat ook verdachte wordt vrijgesproken van hetgeen hem is telastgelegd.
Beslissing.
De rechtbank,
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding primair en subsidiair telastgelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Dit vonnis is gewezen door
mrs Poustochkine, voorzitter,
Van As en Meessen, rechters,
in tegenwoordigheid van Van Bezooijen, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 december 2007.