ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0639
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voortgezet verblijf na seksueel geweld en klemmende humanitaire redenen
Eiseres, van Indonesische nationaliteit, heeft een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd gekregen op grond van haar eerste relatie. Na beëindiging van deze relatie vroeg zij voortgezet verblijf aan wegens ondervonden (seksueel) geweld. Verweerder weigerde dit omdat eiseres het geweld niet voldoende met documenten kon aantonen en omdat zij geen verblijfsvergunning had gehad op grond van haar tweede relatie, waarin ook geweld zou zijn gepleegd.
De rechtbank stelt vast dat het beleid rond voortgezet verblijf op grond van artikel 3.52 van het Vreemdelingenbesluit 2000 ruimte biedt voor beoordeling van klemmende humanitaire redenen, waaronder seksueel geweld, ook in opvolgende relaties. Het feit dat eiseres geen verblijfsvergunning had op grond van haar tweede relatie, sluit niet uit dat dit geweld bij de beoordeling betrokken kan worden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het geweld in de tweede relatie niet meegewogen kan worden en dat eiseres wel degelijk aannemelijk heeft gemaakt dat het geweld heeft geleid tot verbreking van de eerste relatie. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met de opdracht tot een nieuw besluit over voortgezet verblijf.