ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0660
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tot teruggave in bewaring genomen paspoort vreemdeling
Verzoeker, een Colombiaanse vreemdeling, heeft op 6 juni 2007 zijn paspoort in bewaring laten nemen door verweerder op grond van artikel 52 Vreemdelingenwet Pro 2000. Verzoeker vroeg teruggave van het paspoort, welke werd geweigerd. Hij maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat uitzetting van verzoeker op grond van een eerdere uitspraak niet zal plaatsvinden tot vier weken na beslissing op het bezwaar tegen de ongewenstverklaring. Omdat verweerder niet kon aangeven wanneer die beslissing volgt, is uitzetting nog niet aan de orde. Hierdoor weegt het belang van verzoeker om zijn paspoort te gebruiken voor identificatie en familiebezoek zwaarder dan het belang van verweerder.
Op grond van artikel 4.23 Vreemdelingenbesluit 2000 is het paspoort in bewaring genomen met het oog op uitzetting, maar gezien de omstandigheden is de voorlopige voorziening toewijsbaar. Verweerder wordt opgedragen het paspoort onmiddellijk terug te geven. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en wordt de Staat der Nederlanden aangewezen als de kostenverantwoordelijke en voor vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het paspoort wordt onmiddellijk teruggegeven aan verzoeker.