ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0709
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering traumabeleid
Eiseressen, twee minderjarige Rwandese meisjes, vroegen om een verblijfsvergunning asiel na de gewelddadige dood van hun ouders en zus tijdens de genocide in Rwanda. Verweerder weigerde de vergunning op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro, stellende dat er geen causaal verband bestond tussen het vertrek uit Rwanda en de traumatische gebeurtenissen. De rechtbank oordeelde echter dat het onmogelijk was om de intenties van de driejarige eisers te beoordelen, gezien hun jonge leeftijd en afhankelijkheid van volwassenen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het vertrek van eiseressen niet gerelateerd zou zijn aan de traumatische ervaringen. De jurisprudentie waarin de termijn van zes maanden na traumatische gebeurtenis als criterium wordt gehanteerd, laat ruimte voor uitzonderingen bij zeer jonge kinderen. De verklaringen en rapporten boden geen aanwijzingen dat eiseressen vrijwillig in Rwanda wilden blijven.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiseressen onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij een reëel risico liepen op foltering of onmenselijke behandeling bij terugkeer, zodat de weigering op die grond terecht was. De weigering op grond van het traumabeleid was echter onvoldoende gemotiveerd, waardoor de bestreden besluiten vernietigd werden. Verweerder werd opgedragen nieuwe besluiten te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van de verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering omtrent het traumabeleid en draagt verweerder op nieuwe besluiten te nemen.