ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0719
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Verzoek om verblijfsvergunning medische behandeling in strijd met vertrouwensbeginsel afgewezen
Eiser diende op 29 september 2000 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning met als doel medische behandeling. Verweerder verleende uiteindelijk een vergunning onder de beperking ‘verblijf vanwege medische noodsituatie’, maar niet onder de gevraagde beperking ‘medische behandeling’. Eiser maakte bezwaar en stelde dat hem telefonisch was toegezegd dat de vergunning onder de gevraagde beperking zou worden verleend.
De rechtbank stelde vast dat deze toezegging niet werd betwist en dat verweerder het gerechtvaardigde vertrouwen van eiser had gewekt. Verweerder voerde aan dat het niet nakomen van de toezegging geen nadelige gevolgen voor eiser zou hebben, maar de rechtbank oordeelde dat eiser wel degelijk benadeeld was, omdat hij bij verlening onder de juiste beperking eerder in aanmerking zou zijn gekomen voor voortgezet verblijf en naturalisatie.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en oordeelde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen waarbij het vertrouwen van eiser wordt gehonoreerd. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van het vertrouwensbeginsel bij bestuursrechtelijke besluiten omtrent verblijfsvergunningen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met de verplichting aan verweerder om een nieuw besluit te nemen dat het gerechtvaardigde vertrouwen van eiser respecteert.