ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0720
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting vreemdeling met Brits vluchtelingenpaspoort
Eiser, houder van een Brits vluchtelingenpaspoort dat verblijf tot drie maanden zonder visum toestaat, werd in bewaring gesteld wegens een openbare-ordebezwaar na verdenking van winkeldiefstal. Hoewel eiser aanvankelijk rechtmatig in Nederland verbleef, verviel dit recht door het openbare-ordebezwaar. Verweerder stelde eiser op 22 november 2007 in bewaring en zette hem op 3 december 2007 uit naar het Verenigd Koninkrijk.
De rechtbank beoordeelde dat het tijdsverloop van twaalf dagen tussen inbewaringstelling en uitzetting onvoldoende voortvarendheid toont, aangezien verweerder vanaf het begin beschikte over het vluchtelingenpaspoort en een concreet adres in Manchester. Volgens de rechtbank had binnen drie dagen een vlucht kunnen worden geregeld.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, oordeelde dat de vrijheidsontnemende maatregel vanaf 24 november 2007 niet gerechtvaardigd was en kende eiser een schadevergoeding toe van €315,-- voor de periode dat hij onterecht in bewaring was. Tevens werden proceskosten van €644,-- aan eiser toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens onvoldoende voortvarendheid en kent eiser een schadevergoeding van €315,-- toe.