ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0726
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid
Verzoeker, een Oegandese asielzoeker, diende op 18 juli 2007 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 23 juli 2007 werd afgewezen. Verzoeker stelde dat hij geen documenten kon overleggen ter staving van zijn identiteit en nationaliteit, wat niet aan hem kon worden toegerekend gezien zijn zwervend bestaan in het grensgebied tussen Kongo en Oeganda.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het ontbreken van een paspoort terecht aan verzoeker kon toerekenen, maar dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was waar het de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas betrof. Verweerder had nagelaten het realiteitsgehalte van verklaringen van derden, zoals die van verzoekers vriend, te toetsen aan objectieve bronnen.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder ten onrechte het belang van verzoekers politieke activiteiten had onderschat en onvoldoende rekening had gehouden met rapporten van Human Rights Watch die de risico’s voor oppositiesympathisanten in Oeganda bevestigen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd met opdracht tot een nieuw besluit binnen zes weken.