ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0737
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning wegens buiten schuld niet kunnen vertrekken uit Nederland
Eiser, gesteld staatloos en geboren in Nederland, en zijn moeder, geboren in Vietnam en eerder woonachtig in Jemen, hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning onder de beperking dat zij buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen met het argument dat niet is gebleken dat om bemiddeling is verzocht of dat deze bemiddeling niet het gewenste resultaat heeft gehad.
De rechtbank stelt vast dat er wel degelijk om bemiddeling is gevraagd, onder meer via de IND en de Vreemdelingenpolitie, en dat deze bemiddeling ook is toegezegd. De Vietnamese autoriteiten hebben echter geweigerd een laissez-passer te verstrekken aan de moeder van eiser, wat al sinds april 2001 duidelijk was. Verweerder heeft desondanks herhaaldelijk geprobeerd een laissez-passer van Vietnam te verkrijgen zonder zich gelijktijdig tot Jemen te wenden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet redelijkerwijs kan stellen dat de bemiddeling niet het gewenste resultaat heeft gehad en dat het besluit om geen verblijfsvergunning te verlenen daarom niet kan standhouden. Tevens is van belang dat eiser zelf nooit in Jemen heeft verbleven, waardoor het land van eerder verblijf niet op hem van toepassing is, maar wel op zijn moeder.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens worden de proceskosten en griffierechten toegewezen aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet een nieuw besluit nemen.