ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0743
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening bij afwijzing verblijfsvergunning wegens mvv-vereiste
Verzoeker diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'medische behandeling', welke door verweerder werd afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het ontbreken van een medische noodsituatie volgens het BMA-advies.
Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om de werking van de afwijzing op te schorten. De moeder van verzoeker was vrijgesteld van het mvv-vereiste vanwege mogelijke medische noodsituaties bij terugkeer, maar haar aanvraag werd om andere redenen afgewezen; verweerder verzette zich niet tegen haar voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat onvoldoende duidelijk was of het feit dat de moeder de bezwaarprocedure in Nederland mag afwachten, terwijl verzoeker moet terugkeren voor de mvv-procedure, van invloed is op verzoeker. Ook was onduidelijk of de zaken van verzoeker en zijn ouders onafhankelijk beoordeeld kunnen worden gezien de medische problematiek.
De rechter vond de huidige procedure onvoldoende geschikt voor een oordeel hierover en achtte de bezwaarprocedure meer passend. Gezien deze omstandigheden weegt het belang van verzoeker zwaarder dan dat van verweerder, zodat het verzoek om voorlopige voorziening werd toegewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de werking van de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt opgeschort totdat op het bezwaar is beslist.