ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0746
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid
Verzoekster, een Iraakse vrouw, diende op 6 juli 2007 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke door verweerder werd afgewezen op grond van het ontbreken van documenten en onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het ontbreken van reisdocumenten en overlijdensakte niet in redelijkheid twee maal aan verzoekster mocht tegenwerpen, wat in strijd is met de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS). Ook is de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas onvoldoende gemotiveerd en is verzoekster niet geconfronteerd met vermeende tegenstrijdigheden in haar verklaringen.
Verder concludeert de rechtbank dat verweerder niet zorgvuldig heeft gehandeld door de aanvraag in het aanmeldcentrum af te doen en dat de afwijzing niet voldoet aan het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Het beroep wordt gegrond verklaard, de beschikking vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen, waarbij het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd.