ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0761
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing van opgelegde dwangsom wegens blijvende onmogelijkheid tot naleving bestuursuitspraak
De zaak betreft een vordering van de Staatssecretaris van Justitie tot opheffing van een dwangsom die was opgelegd bij uitspraak van 27 oktober 2005. In die uitspraak werd bepaald dat binnen vier weken een besluit moest worden genomen op het bezwaar van de vreemdeling tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning. Tevens werd een dwangsom van €250 per dag opgelegd bij overschrijding van die termijn.
Na vernietiging van het intrekkingsbesluit lag er geen bezwaar of aanvraag meer waarop de Staatssecretaris kon beslissen. Desondanks werden dwangsommen verbeurd wegens het niet tijdig beslissen. De Staatssecretaris stelde dat het onmogelijk was om aan de hoofdveroordeling te voldoen omdat er geen bezwaar meer lag. De vreemdeling stelde dat de uitspraak formele rechtskracht heeft en nageleefd moet worden.
De rechtbank oordeelde dat de dwangsom opgeheven moest worden omdat de onmogelijkheid om te voldoen aan de hoofdveroordeling onmiddellijk was ingetreden. Het besluit van 1 december 2005 gaf geen uitvoering aan de eerdere uitspraak. Ook het subsidiaire standpunt van de vreemdeling over de datum van opheffing werd verworpen. De vordering tot opheffing van de dwangsom werd toegewezen en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank heeft de dwangsom geheel opgeheven wegens blijvende onmogelijkheid voor de Staatssecretaris om aan de hoofdveroordeling te voldoen.