ECLI:NL:RBSGR:2007:BC1009
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende motivering en schending hoorplicht
Eiseres diende een aanvraag in voor een visum voor kort verblijf, welke door verweerder werd afgewezen vanwege onvoldoende sociale en economische binding met het land van herkomst en vermeend onvoldoende middelen van de referent. De rechtbank stelde vast dat sprake was van een herhaalde aanvraag, maar dat het verschil in inkomen van de referent een nieuw feit vormde dat een inhoudelijke beoordeling rechtvaardigde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte een nieuwe grondslag voor afwijzing introduceerde in bezwaar zonder eiseres te horen, wat in strijd is met de hoorplicht. Tevens was de motivering onvoldoende, met name omtrent het vestigingsgevaar en de middelen van de referent. De bewijslast voor voldoende binding met het land van herkomst ligt in eerste instantie bij eiseres, maar verweerder moest concrete redenen geven voor het aannemen van vestigingsgevaar, wat niet is gebeurd.
Gezien de familiebanden, het pensioen en de sociale situatie van eiseres in China concludeerde de rechtbank dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er gegronde vrees bestond voor illegale vestiging. De afwijzing werd daarom vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.