ECLI:NL:RBSGR:2007:BC1056
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting en toekenning schadevergoeding
Eiser, een Iraakse vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werd op 27 oktober 2007 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat eerdere bewaringen waren opgeheven vanwege het ontbreken van zicht op uitzetting, hetgeen verweerder onvoldoende kon weerleggen. De rechtbank concludeerde dat de voorlaatste bewaring inderdaad was opgeheven wegens onvoldoende zicht op uitzetting.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende nieuwe feiten had aangevoerd die de huidige inbewaringstelling rechtvaardigen. Ondanks dat eiser niet beschikte over een identiteitsdocument en ongewenst was verklaard, ontbrak het aan voldoende zicht op uitzetting. De eerdere bewaringen en het mislukken van een uitzettingspoging naar Noord-Irak werden meegewogen.
De rechtbank verklaarde de bewaring onrechtmatig en wees het beroep toe, met onmiddellijke opheffing van de maatregel. Tevens werd aan eiser een schadevergoeding van €2.760,00 toegekend voor de periode van inbewaringstelling, alsmede proceskosten van €644,00. De Staat der Nederlanden werd veroordeeld tot betaling van deze bedragen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt opgeheven en eiser krijgt schadevergoeding en proceskosten toegekend.