ECLI:NL:RBSGR:2007:BC1184
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontkenning vaderschap op grond van Turks recht wegens duurzaam gescheiden leven
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 17 december 2007 een verzoek tot ontkenning van het vaderschap van een minderjarige, waarbij Turks recht van toepassing werd verklaard. De man en vrouw waren gehuwd in Turkije en hadden beiden de Turkse nationaliteit; de minderjarige had ook de Nederlandse nationaliteit. De man ontkende het vaderschap met een schriftelijke verklaring, mede ondertekend door zijn advocaat.
De rechtbank stelde zich bevoegd op grond van artikel 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en paste het Turks recht toe conform de Wet conflictenrecht afstamming. De minderjarige werd vertegenwoordigd door een bijzondere curator die namens hem het verzoek tot ontkenning van het vaderschap ondersteunde. Volgens het Turks Burgerlijk Wetboek hoeft de minderjarige geen aanvullend bewijs te leveren indien hij is verwekt tijdens een periode van duurzaam gescheiden leven van de ouders.
Uit verklaringen van partijen en de bijzondere curator bleek dat de man en vrouw sinds eind 2004 duurzaam gescheiden leefden en geen contact hadden ten tijde van de conceptie. Er was geen tegenbewijs van seksuele gemeenschap. De huidige partner van de vrouw erkende tevens de biologische vader te zijn. De rechtbank concludeerde dat het vermoeden van vaderschap van de man was weerlegd en wees het verzoek tot ontkenning van het vaderschap toe.
De vrouw werd niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek, aangezien zij volgens Turks recht geen verzoek tot ontkenning kan indienen. De rechtbank overwoog ook dat de termijn van een jaar na geboorte voor het indienen van een dergelijk verzoek was verstreken. De beschikking werd uitgesproken door rechter C.W. de Wit.
Uitkomst: Het verzoek tot ontkenning van het vaderschap van de man werd toegewezen op basis van Turks recht wegens duurzaam gescheiden leven.