ECLI:NL:RBSGR:2007:BC1328
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Nakoming concurrentiebeding bij overeenkomst van opdracht tussen tandarts en kliniek
De zaak betreft een geschil tussen een tandarts en een tandheelkundige kliniek over de nakoming van een concurrentiebeding in een overeenkomst van opdracht. De tandarts had de contractuele relatie opgezegd en was daarna werkzaam bij een andere kliniek binnen het concurrentiegebied. De eiseres vordert nakoming van het concurrentiebeding en staking van werkzaamheden bij de nieuwe werkgever.
De voorzieningenrechter beoordeelt allereerst of sprake is van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht. Gezien de contractuele bepalingen en feitelijke uitvoering wordt de relatie gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht. Vervolgens wordt het concurrentiebeding inhoudelijk getoetst. Het beding is niet in strijd met wettelijke bepalingen of gedragsregels voor tandartsen en blijft gehandhaafd. De belangenafweging leidt niet tot schorsing of matiging van het beding.
De vordering tot vergoeding wegens belemmering bij handhaving van het concurrentiebeding wordt afgewezen omdat de relatie geen arbeidsovereenkomst is en de belemmering niet ernstig is. De voorzieningenrechter beveelt de tandarts zich te houden aan het concurrentiebeding en zijn werkzaamheden bij de nieuwe werkgever te staken, met oplegging van dwangsommen. De kosten worden aan de zijde van de tandarts toegewezen.
Uitkomst: Concurrentiebeding blijft gehandhaafd, tandarts moet werkzaamheden staken en dwangsommen worden opgelegd.