ECLI:NL:RBSGR:2007:BC1441
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake mondelinge weigering terugkeervisum
Verzoeker, een Nigeriaanse vreemdeling, diende meerdere aanvragen in voor verlenging en verlening van verblijfsvergunningen. Na afwijzing en bezwaarprocedures vroeg hij telefonisch een terugkeervisum aan, waarop verweerder dezelfde dag mondeling afwees. Verzoeker vorderde een voorlopige voorziening om het visum alsnog te verlenen.
De voorzieningenrechter overwoog dat een besluit in bestuursrechtelijke zin schriftelijk moet zijn en dat de telefonische afwijzing geen schriftelijk besluit vormt. Ook kwalificeert de mondelinge weigering niet als een feitelijke handeling die gelijkgesteld kan worden aan een besluit onder artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De parlementaire geschiedenis ondersteunt deze uitleg.
Verder stelde de voorzieningenrechter dat verzoeker altijd een schriftelijke aanvraag kan indienen, waartoe hij zelfs verplicht is, en dat bij het uitblijven van een schriftelijke beslissing bestuursrechtelijke rechtsmiddelen openstaan. Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat geen sprake is van een besluit waartegen rechtsmiddelen kunnen worden ingezet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de telefonische weigering geen bestuursrechtelijk besluit is.