ECLI:NL:RBSGR:2007:BC1498
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring vreemdeling wegens recidive onvoldoende gemotiveerd en strijdig met artikel 8 EVRM
Eiser, een Surinaamse vreemdeling die sinds zijn vijfde in Nederland woont, is ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege recidive van strafbare feiten en het ontbreken van rechtmatig verblijf. De rechtbank stelt vast dat eiser sinds december 2003 geen verblijfsvergunning meer heeft en dat hij meerdere veroordelingen heeft, waaronder twee die volgens de beleidscriteria van verweerder aanleiding geven tot ongewenstverklaring.
De rechtbank oordeelt echter dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft waarom de delicten als zeer ernstig moeten worden gekwalificeerd en onvoldoende aandacht heeft besteed aan de lange verblijfsduur van eiser in Nederland, zijn sociale en familiale banden, en de belangen die artikel 8 EVRM Pro beschermt. Tevens is onvoldoende onderzocht of de belangenafweging proportioneel en zorgvuldig is gemaakt.
Gelet op deze tekortkomingen is de belangenafweging in strijd met artikel 3:4, eerste lid, Awb, artikel 8 EVRM Pro, artikel 7:26 Awb Pro en artikel 3:2 Awb Pro. De rechtbank vernietigt daarom de bestreden beschikking, gelast een hernieuwde beslissing met inachtneming van de juiste belangenafweging en schorst de rechtsgevolgen van de ongewenstverklaring tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Tevens veroordeelt zij verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de ongewenstverklaring wegens onvoldoende belangenafweging en schorst de rechtsgevolgen tot hernieuwde beslissing.