ECLI:NL:RBSGR:2007:BC1891
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vreemdelingenwet 2000 bevestigd ondanks betwisting verlenging verblijfsvergunning
Eiser, van Peruaanse nationaliteit, werd ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder b van de Vreemdelingenwet 2000, nadat zijn aanvraag tot verlenging van een verblijfsvergunning regulier was afgewezen. De rechtbank heeft het beroep tegen de weigering tot verlenging niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de ongewenstverklaring behandeld.
De rechtbank oordeelt dat de redenen voor de weigering van verlenging van de verblijfsvergunning niet kunnen worden betrokken bij de beoordeling van het besluit tot ongewenstverklaring. Dit volgt uit de wet en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hoewel eiser zich beroept op een wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000, is deze niet rechtstreeks op hem van toepassing en heeft deze geen terugwerkende kracht.
Verder weegt de rechtbank het algemeen belang van de ongewenstverklaring zwaarder dan de persoonlijke belangen van eiser, ondanks zijn langdurige verblijf en sociale integratie in Nederland. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet verplicht was eiser opnieuw te horen in bezwaar. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ongewenstverklaring blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en de ongewenstverklaring blijft in stand.