ECLI:NL:RBSGR:2007:BC2226
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid overbrenging en bewaring vreemdeling na strafrechtelijke heenzending
Eiser, een Indiase burger, werd op 6 december 2007 om 21.15 uur uit het strafrecht heengezonden en pas op 7 december 2007 om 10.10 uur bij de vreemdelingendienst opgehouden. Eiser stelde dat deze lange overbrenging onrechtmatig was en dat hij voorafgaand aan de ophouding niet staande was gehouden, wat volgens hem onrechtmatig was. Verweerder stelde dat de overbrenging werd verlengd vanwege de nachtrust die eiser doorbracht in een speciaal daarvoor ingericht cellencomplex.
De rechtbank overwoog dat de duur van dertien uur overbrenging, inclusief de nachtelijke uren, niet onredelijk is aangezien uren tussen middernacht en negen uur niet worden meegerekend bij de maximale ophoudduur van zes uur. Bovendien was eiser reeds strafrechtelijk van zijn vrijheid beroofd, zodat een voorafgaande staandehouding niet noodzakelijk was. De belangenafweging wees uit dat eiser niet in zijn belangen was geschaad.
Eiser had geen rechtmatig verblijf en verweerder mocht hem in bewaring stellen op grond van het belang van de openbare orde. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.