ECLI:NL:RBSGR:2007:BC3371
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel en toekenning verblijfsvergunning regulier aan Chinese alleenstaande minderjarige vreemdeling
Eiser, een Chinese alleenstaande minderjarige vreemdeling, vroeg een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan. Verweerder wees deze aanvraag af omdat eiser geen concrete individuele risico's aannemelijk maakte die een reëel risico op behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro rechtvaardigen. Het beroep tegen deze afwijzing werd ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat de stelling van eiser over mogelijke gevangenisstraf bij terugkeer was gebaseerd op algemene informatie en niet voldeed als individuele klemmende reden. Ook de persoonlijke omstandigheden van eiser, zoals het geminacht worden wegens het ontbreken van ouders, rechtvaardigden geen verblijfsvergunning op humanitaire gronden.
Wel werd aan eiser een verblijfsvergunning regulier toegekend met terugwerkende kracht tot 13 april 2000 tot 9 april 2001, de datum van het ambtsbericht waaruit bleek dat adequate opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen in China aanwezig is. Het beroep tegen deze beslissing werd eveneens ongegrond verklaard.
De rechtbank wees het beroep af en bevestigde dat een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd korter dan een jaar kan worden verleend, conform de regelgeving. De uitspraak werd gedaan door rechter H.C. Greeuw op 14 augustus 2007.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is ongegrond verklaard en de verblijfsvergunning regulier is toegekend tot 9 april 2001.