ECLI:NL:RBSGR:2007:BC4279
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing disciplinaire bestraffing en vervallen verklaring uitkering ambtenaar
Eiser, een ambtenaar bij de Provincie Zuid-Holland, werd meerdere malen disciplinair bestraft wegens vermeend plichtsverzuim in het kader van zijn ziekteverzuimbegeleiding. Verweerder legde onder meer een schriftelijke berisping op en verklaarde zijn bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering vervallen wegens het niet opvolgen van een dienstopdracht om contact op te nemen met de bedrijfsarts.
De rechtbank stelde vast dat eiser wel degelijk op het spreekuur van de bedrijfsarts verscheen op 3 maart 2005 en dat zijn verzoek om een andere bedrijfsarts geen weigering tot medewerking inhield. Hierdoor was het opleggen van de berisping en het vervallen verklaren van de uitkering onterecht. Voor het plichtsverzuim op 23 december 2004, waarbij eiser niet op het spreekuur verscheen zonder geldige medische reden, was de berisping terecht opgelegd.
Ten aanzien van het voorwaardelijk strafontslag wegens het niet opvolgen van de dienstopdracht om uiterlijk 4 april 2005 een afspraak te maken met de bedrijfsarts, oordeelde de rechtbank dat dit plichtsverzuim wel aannemelijk was en dat de opgelegde straf niet onevenredig was. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en vernietigde het bestreden besluit voor zover het de berisping van 29 april 2005 en de vervallen verklaring van de uitkering betrof.
Uitkomst: Het beroep is deels gegrond verklaard, waarbij de berisping en vervallen verklaring van de uitkering zijn vernietigd, maar het voorwaardelijk strafontslag is gehandhaafd.