ECLI:NL:RBSGR:2007:BC5159
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Noord Irak
Eiser is op 30 juni 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld en heeft meerdere malen beroep ingesteld tegen de voortzetting van deze maatregel. Bij het onderhavige beroep, behandeld op 30 oktober 2007, vordert eiser opheffing van de bewaring en schadevergoeding. Eiser stelt dat hij onterecht anders wordt behandeld dan een kennis die vrijgelaten is en pleit voor toepassing van een lichter middel zoals een meldplicht. Verweerder voert aan dat er zicht is op uitzetting en dat lichter middelen niet passend zijn vanwege het ontbreken van identiteitsbewijs en vaste verblijfplaats.
De rechtbank heeft het onderzoek heropend om nadere vragen te stellen over de feitelijke situatie rond uitzettingen naar Noord Irak. Verweerder antwoordt dat sinds januari 2007 geen gedwongen uitzettingen naar Noord Irak meer hebben plaatsgevonden vanwege het uitblijven van medewerking van Iraakse autoriteiten en de onstabiele situatie ter plaatse. Vluchten vanuit Frankfurt naar Arbil en Sulaymanyya zijn wel mogelijk, maar er is geen zicht op uitzetting op korte termijn.
De rechtbank overweegt dat de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel niet langer redelijk is, nu geen zicht is op uitzetting. Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt opgeheven per 8 november 2007, en eiser krijgt een schadevergoeding van €1890,-- voor de periode vanaf het instellen van het beroep. Tevens worden proceskosten van €644,-- aan eiser toegekend.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting naar Noord Irak en eiser krijgt schadevergoeding en proceskosten toegekend.