ECLI:NL:RBSGR:2007:BC5650
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum verblijfsvergunning regulier bij schrijnende omstandigheden
Eisers hebben in april 2003 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor medische behandeling en gezinshereniging. Verweerder wees deze aanvragen aanvankelijk af, waarna bezwaar en beroep volgden. Uiteindelijk verleende verweerder op 18 december 2006 een verblijfsvergunning wegens schrijnende omstandigheden, met die datum als ingangsdatum.
Eisers betoogden dat de vergunning reeds met ingang van de datum van aanvraag, 28 december 2004, had moeten worden verleend, omdat zij niet zelf hoeven aan te tonen dat zij aan alle voorwaarden voldoen. De rechtbank sluit zich aan bij een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak en oordeelt dat de vergunning op grond van artikel 3.4, derde lid, Vreemdelingenbesluit 2000 met ingang van de dag van aanvraag moet worden verleend.
De rechtbank stelt vast dat de verslechterde medische situatie en integratie van het gezin reeds bij de aanvraag aanwezig waren en niet pas bij de hoorzitting. Verweerder heeft het besluit onvoldoende gemotiveerd en miskent het rechtsbeginsel dat voor schrijnende omstandigheden geen objectieve criteria gelden. Daarom vernietigt de rechtbank het besluit voor zover het de ingangsdatum betreft en bepaalt dat de vergunningen worden verleend met ingang van 28 december 2004.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht aan eisers wordt vergoed.
Uitkomst: De verblijfsvergunningen worden verleend met ingang van de datum van aanvraag, 28 december 2004.