ECLI:NL:RBSGR:2007:BC6291
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Meijer
- M.D.J. van Reenen-Stroebel
- C.C. Dedel-van Walbeek
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering schadevergoeding na beëindiging honorair consulschap ongegrond verklaard
Eiser was honorair consul te Honduras en werd per 1 oktober 2005 eervol ontslagen vanwege sluiting van het consulaat. Hij vorderde vergoeding van kosten zoals voor een verblijfsvergunning, nationaal paspoort, gederfde inkomsten, repatriëring, belangenbehartiging en immateriële schade. De rechtbank oordeelde dat de functie onbezoldigd is en dat alleen kosten die direct voortvloeien uit de taakvervulling als honorair consul voor vergoeding in aanmerking komen.
De rechtbank stelde vast dat eiser ten tijde van zijn aanstelling over een geldige verblijfsvergunning beschikte en dat het honorair consulschap geen rechtmatig verblijf creëert, waardoor de kosten voor een nieuwe verblijfsvergunning en een nationaal paspoort niet vergoed worden. Ook het verlies van inkomsten werd niet als gevolg van het besluit tot sluiting beschouwd, mede omdat eiser vrijwillig zijn vertegenwoordigingsfunctie had opgegeven.
Verder werd de repatriëring als een persoonlijke keuze gezien die niet voortvloeit uit het besluit. De kosten van belangenbehartiging liet eiser vallen. De gevorderde immateriële schade wegens reputatieschade werd onvoldoende onderbouwd en het verlies van sociale status werd niet als aantasting van de persoon erkend. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van vergoeding van diverse kosten en immateriële schade na beëindiging van zijn honorair consulschap wordt ongegrond verklaard.