ECLI:NL:RBSGR:2007:BC6305
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Herziening heffingsrente bij grensarbeider na toepassing compensatieregelingen belastingverdrag Nederland-België
Eiser, een inwoner van Nederland en werkzaam in België, ontving in 2003 een voorlopige teruggaaf op grond van compensatieregelingen uit het belastingverdrag tussen Nederland en België. Bij de definitieve aanslag bleek deze teruggaaf te hoog, waarop verweerder heffingsrente in rekening bracht. Eiser betwistte de heffingsrente, stellende dat hij geen rentevoordeel had gehad over de periode tot ontvangst van de Belgische teruggaaf en dat de heffingsrente in strijd was met het gelijkheidsbeginsel en het vrije verkeer van werknemers.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de heffingsrente conform artikel 30f Awr correct had berekend en dat het nadeel door het ontbreken van een Belgische heffingsrente geen reden was om de Nederlandse heffingsrente te matigen. Het gelijkheidsbeginsel en artikel 39 EG Pro-verdrag boden geen grond om de heffingsrente te verwerpen. Wel achtte de rechtbank het coulancebeleid van de staatssecretaris, zoals vastgelegd in een brief van november 2007, aanleiding om het beroep gegrond te verklaren en verweerder op te dragen opnieuw uitspraak te doen met inachtneming van dit beleid.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding af, maar gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door rechter Slijpen op 5 december 2007.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen opnieuw uitspraak te doen met inachtneming van het coulancebeleid.