ECLI:NL:RBSGR:2007:BC8162
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid en heffingsmaatstaf rioolrecht 2006 gemeente
Eiser betwist de aanslag rioolrecht voor 2006 opgelegd door de gemeente, stellende dat artikel 4, tweede lid, van de Verordening rioolrechten 2006 geen objectieve grondslag biedt en in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur. Hij meent dat de gehele verordening daardoor onverbindend is en dat het rioolrecht volgens de Verordening 2005 moet worden vastgesteld.
De rechtbank overweegt dat het bepalen van de heffingsmaatstaf en het tarief aan de gemeenteraad is voorbehouden binnen de grenzen van de wet. De bepaling in artikel 4, tweede lid, die het verbruik van een voorgaand jaar als maatstaf neemt, is op zichzelf niet in strijd met algemene rechtsbeginselen, tenzij het leidt tot een willekeurige en onredelijke heffing bij een significant afwijkend verbruik.
In casu heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat zijn waterverbruik in 2006 significant afwijkt van voorgaande perioden. De aanslag is gebaseerd op een verbruik van 94 m³, wat niet onredelijk is. Daarom is er geen reden de aanslag te verminderen of te vernietigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag rioolrecht 2006 wordt ongegrond verklaard.