ECLI:NL:RBSGR:2007:BC8524
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige opschorting en intrekking van bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Eiser had zijn recht op bijstand opgeschort en later ingetrokken zien worden door verweerder, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag, vanwege vermeende schending van de inlichtingenplicht. Verweerder had op 14 maart 2006 het recht op bijstand per 1 maart 2006 opgeschort voordat de hersteltermijn was verstreken en op 29 maart 2006 het recht ingetrokken.
De rechtbank oordeelt dat opschorting pas kan plaatsvinden na het daadwerkelijk verzuim van de belanghebbende, en dat dit op het moment van opschorting nog niet was vastgesteld. Hierdoor ontbrak de bevoegdheid tot opschorting en daarmee ook tot intrekking van de uitkering. Verweerder handelde daarmee in strijd met artikel 54, eerste en vierde lid, van de WWB.
Verweerder erkende de onjuiste afhandeling maar hield vast aan de besluiten, wat de rechtbank niet kan volgen. Ook het standpunt van verweerder dat het recht op bijstand beëindigd kon worden wegens niet vaststelbaarheid na schending van de inlichtingenplicht wordt verworpen omdat dit een andere juridische grondslag betreft dan de bestreden besluiten.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, herroept de primaire besluiten en veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten. Tevens wordt de gemeente Den Haag verplicht het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de opschorting en intrekking van de bijstandsuitkering worden vernietigd.