ECLI:NL:RBSGR:2007:BC8821
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen functietoewijzing en waarnemingstoelagen bij Koninklijke Landmacht
Eiser was beroepspersoneel bij de Koninklijke Landmacht en werd in 2002 bevorderd tot sergeant-majoor met toewijzing van een functie Stafonderofficier Operationele Personeelszaken. Door herstructurering in 2003 werd deze functie aangepast naar het rangniveau adjudant-onderofficier, waarvoor eiser niet bevorderbaar was. Hij werd ontheven van die functie en kreeg een 'uitgeklede' functie op het niveau sergeant-majoor toegewezen.
Eiser ontving waarnemingstoelagen voor het waarnemen van de hogere functie tussen 2003 en 2005, maar achteraf werd vastgesteld dat deze toelagen onterecht waren toegekend omdat hij niet bevorderingsgeschikt was. De terugvordering van de bedragen werd achterwege gelaten. Eiser stelde dat hij feitelijk dezelfde werkzaamheden verrichtte en dat het onredelijk was dat hij niet de hogere rang kreeg toegekend.
De rechtbank oordeelde dat de toewijzing van functies een discretionaire bevoegdheid van verweerder is en dat de rechter terughoudend moet zijn in toetsing. Gezien de feiten en eerdere uitspraken was het redelijk dat eiser de functie in rang sergeant-majoor bleef vervullen. Het ontvangen van waarnemingstoelagen gaf geen recht op functietoewijzing. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de functietoewijzing en het besluit omtrent waarnemingstoelagen is ongegrond verklaard.