ECLI:NL:RBSGR:2007:BC8836
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Kouwenhoven
- M.M.F. Holtrop
- L.J.W.E. Brand
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen ontslag wegens blijvende ongeschiktheid militair met discussie over ingangsdatum
Eiser, een wachtmeester eerste klasse bij de Koninklijke Marechaussee, werd ontslagen wegens blijvende ongeschiktheid voor de militaire dienst op grond van artikel 39, tweede lid, aanhef en onder f, van het AMAR. Na een Militair Geneeskundig Onderzoek (MGO) werd vastgesteld dat eiser niet meer geschikt was voor de dienst. De ontslagbeschermingstermijn van twee jaar werd in acht genomen en er werd onderzocht of reïntegratie mogelijk was.
Eiser voerde aan dat het MGO onjuist was uitgevoerd en dat een her-MGO had moeten plaatsvinden. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het MGO-rapport had geaccepteerd en dat het discretionaire karakter van het her-MGO betekende dat het niet verplicht was. Ook was verweerder bevoegd om het ontslag te verlenen en had hij voldoende reïntegratie-inspanningen geleverd.
Wel werd geoordeeld dat de ingangsdatum van het ontslag onjuist was vastgesteld. Volgens artikel 47, tweede lid, van het AMAR mag het ontslag niet eerder ingaan dan drie maanden na schriftelijke kennisgeving. Omdat eiser het besluit op 22 juni 2005 ontving, mocht het ontslag pas per 1 oktober 2005 ingaan. De rechtbank vernietigde daarom het besluit voor zover het de ingangsdatum betrof en bepaalde dat eiser recht heeft op salaris tot die datum.
Uitkomst: Het ontslag wegens blijvende ongeschiktheid wordt bevestigd, maar de ingangsdatum wordt vastgesteld op 1 oktober 2005 in plaats van 1 juli 2005.