ECLI:NL:RBSGR:2007:BC9681
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.F. Slijpen
- S.C. Stuldreher
- G.J. van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verlies uit aanmerkelijk belang na faillissement directeur-grootaandeelhouder
Eiser, directeur-grootaandeelhouder van een failliete BV, betwistte de aanslag inkomstenbelasting 2000 waarbij verweerder de afwaardering van een vordering op de BV niet ten laste van zijn winst uit onderneming wilde brengen. De rechtbank stelde vast dat de vordering tot het privévermogen van eiser behoorde en dat afwaardering geen ondernemingsverlies was. Wel kwalificeerde het verlies als verlies uit aanmerkelijk belang, dat volgens de wet deels verrekend kan worden met het belastbare inkomen.
De rechtbank oordeelde dat de vordering in 1987 was ontstaan uit grondtransacties en ondanks het faillissement van de BV in 1998 en het einde van de vereffening in 2000 grotendeels bestond. Het beroep op grootkoopmanschap werd verworpen wegens gebrek aan bewijs. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de vaststellingsovereenkomst niet op de afwaardering van de vordering zag.
De rechtbank stelde het verlies uit aanmerkelijk belang vast op f 7.397.212, waarvan 25% (f 1.849.303) met de belasting over 2000 verrekend kon worden. Het resterende bedrag werd vastgesteld als niet verrekend verlies. Tevens werd de aanslag 2000 verminderd tot nihil en verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2000 wordt verminderd tot nihil en het verlies uit aanmerkelijk belang vastgesteld en deels verrekend.