ECLI:NL:RBSGR:2007:BC9802
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na onterecht geweigerde voorlopige aanslag inkomstenbelasting
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen de brief van verweerder waarin werd meegedeeld dat geen voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor 2005 zou worden opgelegd. Verweerder wees het verzoek om proceskostenvergoeding af met de stelling dat de brief geen besluit was waartegen bezwaar mogelijk was.
De rechtbank oordeelt dat de brief van 16 mei 2006 moet worden aangemerkt als een schriftelijke weigering een voorlopige aanslag op te leggen en derhalve als een besluit in de zin van de Awb, waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. Verweerder heeft erkend dat het niet opleggen van een voorlopige aanslag het gevolg was van een fout aan zijn zijde.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de bestreden beslissing en veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten die eiseres redelijkerwijs heeft gemaakt bij de behandeling van het bezwaar en beroep. Tevens wijst de rechtbank de Staat der Nederlanden aan als de partij die deze bedragen aan eiseres moet voldoen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en veroordeelt verweerder tot betaling van een proceskostenvergoeding aan eiseres wegens onrechtmatige weigering voorlopige aanslag op te leggen.