ECLI:NL:RBSGR:2007:BD0692
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige machtiging voortduren verblijf in psychiatrisch ziekenhuis wegens gevaar voor betrokkene
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een voorlopige machtiging voor het voortduren van het verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. Uit de overgelegde stukken en verklaringen bleek dat betrokkene door zijn psychiatrische stoornis een gevaar voor zichzelf vormt en dat dit gevaar niet buiten het ziekenhuis kan worden afgewend.
Betrokkene vertoont wisselende wilsbekwaamheid en heeft geen familie in Nederland die zijn belangen kan behartigen. Het behandelteam adviseert Electro Convulsie Therapie (ECT) vanwege de onbehandelbare aard van de aandoening, maar betrokkene is niet in staat een weloverwogen beslissing hierover te nemen.
De rechtbank overweegt dat de bepalingen van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) een restrictieve uitleg van het begrip 'nodige bereidheid' vereisen, in het belang van betrokkene. Tevens biedt de overeenkomst inzake geneeskundige behandeling in het Burgerlijk Wetboek onvoldoende waarborgen om noodsituaties af te wenden of ingrijpende behandelingen zoals ECT zonder toestemming mogelijk te maken.
Daarom concludeert de rechtbank dat een vrijwillig verblijf onvoldoende bescherming biedt en verleent zij de voorlopige machtiging tot voortduren van het verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis.
Uitkomst: De rechtbank verleent de voorlopige machtiging tot voortduren van het verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis vanwege gevaar voor betrokkene en onvoldoende waarborgen bij vrijwillig verblijf.