ECLI:NL:RBSGR:2007:BD0904
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens griffierechtcorrespondentie aan gemachtigde
Opposant had beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van het griffierecht. Opposant had zich echter laten vertegenwoordigen door een gemachtigde die het beroepschrift had ingediend. De correspondentie over het griffierecht was uitsluitend aan opposant zelf gericht, die de Nederlandse taal niet machtig is.
Volgens artikel 8:24, eerste lid, juncto artikel 6:17 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient de rechtbank alle processtukken in ieder geval aan de gemachtigde te zenden. Dit was niet gebeurd, waardoor opposant niet in verzuim kon worden geacht voor de niet tijdige betaling van het griffierecht.
Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring werd daarom gegrond verklaard. De eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt voortgezet. Tevens werd het bestuursorgaan veroordeeld in de proceskosten van opposant, vastgesteld op €161,00, te betalen aan de griffier.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.