ECLI:NL:RBSGR:2007:BD0914
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens vermeende gezamenlijke huishouding niet gerechtvaardigd
Verweerder heeft de bijstandsuitkering van eiseres ingetrokken op grond van de veronderstelling dat zij een gezamenlijke huishouding voert met de heer A. Dit besluit werd genomen na een anonieme tip en een administratief onderzoek, waaronder een onaangekondigd huisbezoek. Tijdens dit huisbezoek werden aanwijzingen gevonden die mogelijk op samenwoning duiden, maar er werd geen uitgebreid onderzoek gedaan zoals energieverbruik of buurtonderzoek.
De rechtbank stelt vast dat de verklaring van A over samenwoning niet doorslaggevend is, mede omdat hij belang had bij het opgeven van een vast woonadres. De verklaring van eiseres dat zij niet samenwoonde werd bevestigd door het ontbreken van persoonlijke verzorgingsspullen van A en slechts een enkele tas met kleding. De rechtbank concludeert dat de gegevens onvoldoende zijn om te stellen dat sprake was van gezamenlijke huishouding.
Daarnaast is het besluit van verweerder gebaseerd op een onjuiste wettelijke grondslag (artikelen 11 en 17 WWB in plaats van artikel 3 WWB Pro). De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens vermeende gezamenlijke huishouding wordt vernietigd en het beroep van eiseres wordt gegrond verklaard.