ECLI:NL:RBSGR:2007:BD1003
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Restitutie leges wegens onverschuldigde betaling bij aanvraag verblijfsvergunning ondanks bezit Nederlandse nationaliteit
Eiser, die op 22 juni 1999 de Nederlandse nationaliteit verkreeg, deed op 23 maart 2004 afstand van deze nationaliteit. Op 22 maart 2005 diende hij een aanvraag in voor een verblijfsvergunning. Later stelde de civiele kamer van de rechtbank vast dat eiser zijn Nederlandse nationaliteit niet had verloren door de afstandsverklaring, wat een declaratoir vonnis betrof.
Eiser verzocht om restitutie van de leges die hij voor de verblijfsvergunning had betaald, omdat hij ten tijde van de aanvraag geen vreemdeling was. De staatssecretaris van Justitie weigerde restitutie, stellende dat de aanvraag leges verschuldigd maakte en dat latere ontwikkelingen geen restitutie rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 24, tweede lid, Vreemdelingenwet 2000, alleen vreemdelingen leges verschuldigd zijn. Omdat eiser ten tijde van de aanvraag de Nederlandse nationaliteit bezat, was sprake van een onverschuldigde betaling. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, en veroordeelde de Staat tot terugbetaling van de leges en vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de leges worden terugbetaald wegens onverschuldigde betaling.