ECLI:NL:RBSGR:2007:BD1016
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank voor wijziging voorlopige alimentatie na beëindiging litispendentie
De vrouw verzocht de rechtbank om wijziging van de voorlopige alimentatie die de man aan haar en de minderjarige betaalt. Eerder had de rechtbank de behandeling van dit verzoek aangehouden vanwege een lopende appelprocedure bij het gerechtshof te [L] (Frankrijk), waarover de rechtbank zich toen onbevoegd had verklaard.
In de Franse appelprocedure werd geen beslissing genomen over de alimentatie, alleen over de omgangsregeling en reiskosten. De rechtbank oordeelt dat hierdoor de litispendentie is opgeheven en dat artikel 27, eerste lid, van de EEX-Verordening niet langer aan behandeling door de rechtbank in Nederland in de weg staat.
De man voerde aan dat het gerechtshof wel degelijk over de alimentatie had beslist en dat daarom de rechtbank onbevoegd zou zijn, maar de rechtbank verwierp dit standpunt. De rechtbank verklaart zich bevoegd om te beslissen over het verzoek van de vrouw en stelt de behandeling van het verzoek aanhoudend tot 1 juli 2007, zodat de man zich kan uitlaten over zijn draagkracht.
De beschikking betreft een eindbeslissing over de bevoegdheid en staat open voor hoger beroep. De rechtbank houdt verdere beslissingen, waaronder over proceskosten, aan totdat het verzoek inhoudelijk wordt behandeld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd om te beslissen over het verzoek tot wijziging van de voorlopige alimentatie en houdt de behandeling aan tot 1 juli 2007.