ECLI:NL:RBSGR:2007:BD1026
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste hoofdverblijfplaats
Eiser kreeg een bijstandsuitkering toegekend per 12 april 2005 als alleenstaande. Verweerder trok de uitkering per 12 april 2005 in en vorderde het bedrag van € 13.968,22 terug, omdat twijfel bestond over het hoofdverblijf van eiser op het opgegeven adres. Dit volgde op retourzending van post en huisbezoeken waarbij de woning leeg leek.
Tijdens de bezwaar- en beroepsprocedure leverde verweerder gegevens over het energieverbruik aan die significant lager waren dan gemiddeld voor een tweepersoonshuishouden. Eiser kon dit geringe verbruik niet overtuigend verklaren, hetgeen samen met de huisbezoeken leidde tot het oordeel dat hij niet op het adres woonde.
Eiser voerde aan dat hij geen geregeld leven leidde en dat getuigenverklaringen zijn verblijf op het adres bevestigden, maar de rechtbank achtte deze onvoldoende om de bevindingen van verweerder te weerleggen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het standpunt innam dat eiser onjuiste informatie gaf over zijn hoofdverblijf en dat de intrekking en terugvordering van de uitkering rechtmatig waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wegens onjuiste hoofdverblijfplaats wordt ongegrond verklaard.