ECLI:NL:RBSGR:2007:BD1128
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen naheffingsaanslag omzetbelasting wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard
Eiser, ondernemer voor de Wet op de omzetbelasting 1968, diende de aangifte over 2004 pas op 1 december 2005 in, na de uiterste datum van 31 maart 2005. Verweerder legde daarop een naheffingsaanslag op wegens het niet tijdig indienen van de aangifte. In de aangifte over 2004 verzocht eiser tevens om terugbetaling van voorbelasting over de jaren 1999 tot en met 2003, gerelateerd aan een nieuwbouwwoning die hij sinds november 2003 deels zakelijk gebruikt.
Verweerder kwalificeerde dit verzoek als een bezwaarschrift tegen eerdere betalingen en teruggaafbeschikkingen, maar verklaarde het niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken. De rechtbank toetste of deze termijnoverschrijding verschoonbaar was, maar vond geen omstandigheden die dat aannemelijk maakten.
De rechtbank overwoog dat eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Hoge Raad geen aanleiding gaf om de termijnoverschrijding te negeren. De geldende termijn van zes weken wordt als redelijk beschouwd en maakt de uitoefening van rechten op grond van het gemeenschapsrecht niet praktisch onmogelijk. Daarom werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en het beroep is ongegrond.