ECLI:NL:RBSGR:2007:BD1247
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verkorting looptijd schuldsaneringsregeling ondanks sparen in minnelijk traject
Schuldenaar heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om de looptijd van zijn schuldsaneringsregeling met circa tien maanden te verkorten. Hij stelde dat hij vanaf 15 maart 2005, vóór de wettelijke regeling van 11 januari 2006, op vergelijkbare wijze had gespaard als tijdens de schuldsanering zelf. Schuldenaar baseerde zich hierbij op een arrest van het Hof Leeuwarden.
De rechtbank onderzocht de feiten en stelde vast dat schuldenaar tijdens het minnelijk traject een bedrag van €3.403,05 had gespaard en daarnaast voor €3.540,96 aan crediteuren had voldaan. Tijdens de eerste tien maanden van de wettelijke schuldsanering was echter een hoger bedrag van €7.705,99 gespaard. De bewindvoerder gaf aan dat het sparen in het minnelijk traject niet gelijkwaardig was aan dat in de wettelijke regeling.
De rechtbank overwoog dat de wettelijke norm voor de looptijd van de schuldsaneringsregeling drie jaar bedraagt, met mogelijke afwijkingen bij bijzondere omstandigheden. Sparen in het minnelijk traject wordt echter als standaard beschouwd en vormt geen reden voor verkorting van de looptijd. Dit volgt uit de wettelijke regeling en de landelijke richtlijnen van Recofa. Bovendien had schuldenaar een deel van het gespaarde bedrag reeds aan crediteuren uitbetaald, wat nadelig is voor andere schuldeisers.
De rechtbank verwierp daarom het verzoek tot verkorting van de looptijd van de schuldsaneringsregeling en bevestigde de standaardtermijn van drie jaar.
Uitkomst: Verzoek tot verkorting van de looptijd van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen; standaardtermijn van drie jaar blijft van kracht.