ECLI:NL:RBSGR:2007:BD1445
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning bij minderjarig Nederlands kind wegens ontbreken mvv-vereiste
Verzoekster, van Marokkaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel verblijf bij haar minderjarige Nederlandse kind. De aanvraag werd afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verzoekster stelde dat bijzondere omstandigheden, waaronder het belang van het kind en haar situatie als achtergelaten vrouw, vrijstelling van het mvv-vereiste rechtvaardigden.
De rechtbank overwoog dat het mvv-vereiste terecht werd gesteld en dat de aangevoerde omstandigheden niet zodanig bijzonder waren dat toepassing van de hardheidsclausule op zijn plaats was. Tevens werd geoordeeld dat de weigering niet in strijd was met artikel 8 EVRM Pro, aangezien de onderbreking van het gezinsleven tijdelijk van aard was en geen langdurige ontwrichting aannemelijk was.
Verder werd het beroep op het IVRK verworpen omdat dit verdrag geen directe werking heeft zonder nadere nationale regelgeving. Ook werd vastgesteld dat er voldoende beleidskaders en informatie beschikbaar zijn over de beoordeling van mvv-aanvragen met verblijf bij minderjarig kind.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv.