ECLI:NL:RBSGR:2007:BD1980
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Burg
- Milders
- Pabbruwe
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en voorwaardelijke straf wegens ontuchtige handelingen met kleindochter
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 20 december 2007 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van ontuchtige handelingen met zijn kleindochter van 7 tot 9 jaar oud. De verdachte werd vrijgesproken van de primair ten laste gelegde feiten, maar de subsidiaire tenlastelegging werd bewezen verklaard.
Uit het onderzoek bleek dat verdachte het meisje meermalen aan haar lichaam en vagina heeft betast, wat ernstige psychische schade kan veroorzaken. De rechtbank oordeelde dat deze handelingen seksueel van aard waren en met opzet zijn gepleegd, waarbij het vertrouwen van het slachtoffer en haar ouders ernstig is geschonden.
De rechtbank nam bij de strafoplegging de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte in acht, mede op basis van rapporten van de reclassering en een psycholoog. De opgelegde straf bestond uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 40 uur, waarbij de tijd in voorarrest in mindering werd gebracht.
De rechtbank bepaalde ook dat bij niet-naleving van de taakstraf vervangende hechtenis van 17 dagen zal worden toegepast. Het opgeschorte bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven en verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van primair ten laste gelegde feiten en veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en een taakstraf van 40 uur wegens ontuchtige handelingen met zijn kleindochter.