ECLI:NL:RBSGR:2007:BD2442
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen gewoontewitwassen met wisseltransacties Britse ponden
Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van gewoontewitwassen door het wisselen van grote bedragen Britse ponden naar euro's, met een totale omzet van bijna 1,5 miljoen euro. Uit onderzoek bleek dat verdachte en haar medeverdachten grote hoeveelheden geld wisselden zonder dat daar een legale economische verklaring voor was. Verdachte wisselde het geld voor haar partner, die geen aangifte deed van inkomsten uit deze transacties.
De rechtbank nam verklaringen van getuigen, tapgesprekken, financiële onderzoeken en digitale bewijzen mee in het oordeel. De verdediging voerde aan dat onvoldoende bewijs bestond dat het geld van misdrijf afkomstig was, en dat het wisselen van eigen geld niet strafbaar is. De rechtbank verwierp dit en oordeelde dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het geld van misdrijf afkomstig was.
De politierechter sprak verdachte vrij van het tweede feit (overtreding Wet geldtransactiekantoren) wegens gebrek aan bewijs, maar veroordeelde haar voor het eerste feit van gewoontewitwassen. De straf werd bepaald op 6 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De uitspraak benadrukt de ernst van witwassen en de schadelijke effecten op het financieel-economisch bestel.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, wegens medeplegen van gewoontewitwassen.