ECLI:NL:RBSGR:2007:BE9515
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid en ongegrondverklaring van beroepen tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaren inzake Toescheidingsovereenkomst Nederland-Suriname
Eisers dienden op 9 december 2005 bezwaarschriften in tegen het uitblijven van een besluit over de Toescheidingsovereenkomst tussen Nederland en Suriname van 1975. Verweerder bevestigde de ontvangst op 15 december 2005 en stelde eisers in de gelegenheid om geconstateerde gebreken in hun bezwaren uiterlijk 29 december 2005 te herstellen.
Eisers stelden op 25 januari 2006 beroep in bij de rechtbank, maar de rechtbank oordeelde dat de wettelijke beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken, waardoor de beroepen prematuur waren en niet-ontvankelijk verklaard werden. Vervolgens stelde eisers op 22 mei 2006 beroep in tegen de besluiten van 11 april 2006 waarin hun bezwaren niet-ontvankelijk waren verklaard wegens het niet tijdig herstellen van de verzuimen.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht gebruik had gemaakt van zijn bevoegdheid om de bezwaren niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb, omdat de verzuimen niet binnen de gestelde termijn waren hersteld. Het beroep van mei 2006 werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door rechter C.W. de Wit en in het openbaar uitgesproken op 23 november 2007. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen van januari 2006 werden niet-ontvankelijk verklaard en die van mei 2006 ongegrond wegens niet tijdig herstel van verzuimen.