ECLI:NL:RBSGR:2007:BH0671
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2002 wegens te hoge heffingsgrondslag
Eiser betwistte de door verweerder opgelegde voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2002, die was gebaseerd op een belastbaar inkomen uit werk en woning van €1.150.000. Na bezwaar handhaafde verweerder de aanslag, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank stelde vast dat het belastbaar inkomen uit werk en woning op grond van een eerdere uitspraak €38.118 bedroeg. Gezien de wettelijke beperking dat een voorlopige aanslag niet hoger mag zijn dan de definitieve aanslag, oordeelde de rechtbank dat de voorlopige aanslag moest worden verminderd tot een aanslag berekend naar dit lagere bedrag.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de voorlopige aanslag dienovereenkomstig wordt verminderd. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiser.
De zaak betrof complexe fiscale feiten rondom managementfees, huurinkomsten en onttrekkingen uit diverse vennootschappen en vastgoed, waarbij ook faillissementen en strafrechtelijke onderzoeken speelden. De rechtbank baseerde zich op de stukken en het verhandelde ter zitting.
De uitspraak werd gedaan door mr. M.A. Dirks, mr. G.J. van Leijenhorst en mr. E.J.W. Heithuis op 6 november 2007.
Uitkomst: De voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2002 wordt verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van €38.118.